1
Johan, he(re) tot Egmond et(cetera), doe cont allen luden hoe inden
iaer ons he(re)n dusent vierhondert ende vijftich, opte(n) elfdusent
maechden dach 1) voir ons ghecomen siin hughe
2 van tetrode en(de) ghijsbrecht die hoedmaker, tot haerle(m) 1 als
erfname (n) heynrics van tetrode, an die een side, En(de) ioncfrou lijsbeth
-van tetrode, hëynrics weduwe, an die an-
3 der side, Segghende dat si ghesceel hadde(n) vand(er) voir- scr(even)
erfnisse, daer si gaern met ghenoeghe of verlij ct hadde(n) gheweest
2), en(de) hadde(n) daer goede man(n)en toe ghecore(n),
Te
4 weten die voirs(eyde) erfn(amen) Heynric vand(er) Steghe en- (de)
meest (er) Piet (er) Claes z(oon) 1 En(de) die voirn(oemde) ioncfrou
lijsbeth Doene 3) iansz(oon) en(de) meester willem
claes zoon, diese v(er)lijct 2) en(de) ghesceide(n) souden
5 hebbe(n) M(aer) hoer ghescell waer alsulc, dat die voir- s(eyde)
segslude dat niet en conde(n) doen, Die voirs(eyde) p(ar)tyen segghe(n)de
voirt dat si dese sake noch gaern met ghenoeghe woude(n) late(n)
6 sceide(n) 1 en(de) dat an die voirs(creven)segslude(n) noch kere(n)
en(de) blive(n) 4) en(de) an ons tot ene (n) ov(er)man,
of 5) die segslude des niet eens en conde(n) warde
(n) 1 Ons naerstelic biddende dat wi
7 als ov(er)man dit woude(n) an neme(n) te sceide(n). Als dat wi om
bede onser vriende(n) en(de) maghe(n) dese voirs(eyde) sake an ghenome(n)
hebbe(n). En(de) die voirscr(even) p(ar)ty- en hebbe(n) daer op an onse
8 hant ghetast, te weten hughe van tetrode en(de) ghijsbrecht voirs(eyt)
als ghemachticht voir alden and(er)en erfname (n) die ghelijc mit he(n)
deelen Boude (n) 1 En(de) des ghelijcs ioncfrou lijs-
9 beth met haers voechts hant, willem gherijts zoon, voir haer selve(n)
en(de) hoer erve (n) 1 Onse segghe(n) an beide (n) side(n) te houde(n)
1 op een pene van twee hondert enghelsche nobelen 6)
10 also ons dat ghelieve(n) Boude wt 7) te spreken
en(de) te segghe(n) .mit voirwaerde(n) : of 5) die
voirscr(even) pene v(er)boert worde, dat die gaen Boude tvierendeel
tot behoef mijns ghenadichs
11 he(re)n van burgon(diën) En(de) tvierendeel tot t (er) gheen-
re behoef die onse segghe(n) hilde. En(de) die and(er) helft tot ons
er behoef, also dese sake i(n) onser heerlichede 8)
en(de) van ons ghehan-
12 delt Boude werde(n) .En(de) als dese sake ald(us) vande(n) voirs(eyden)
p(ar)tyen ghebleven 9) en(de) ghevesticht was, so begheerde(n)
wi ande(n) voirs(eyden) segsluden i(n) iege(n) - woirdich(ey)t vande(n)
p(ar)ty-
13 en, dat si noch bi een woude(n) gaen en(de) besien of si v(er)enighen
mochte(n) .Daer op dat die voirs(eyde) segslude dach 1O)
name (n) tot des vridaghes daer naest volgh(n)de. Op
14 welken vridach die voirs(eyde) segslude bi ons gheweest siin en(de)
hebbe(n) haer wtspraec ghedaen same(n)tliic en(de) elc bi sond(er) 1
Ind(er) manier hier na v(er)claert. Inde (n) eerste (n)
15 so hebbe(n) die voirs(eyde) segslude hoer wtsprake ghe- dae(n) eendrachtelic
dat he(n) docht nad(er) bester rede (n) 1 dat die voirs(eyde) ioncfrou
lijsbeth en(de) hoir erve (n) blive(n) Boude i(n) allen
16 wtsculde(n) en(de) i(n)sculde(n) en(de) daer ieghe(n) alle) tilbaer
have en(de) roerende goede (n) , hoe die ghenoemt mog- he(n) wesen,
erflic behoude(n) .Voort was dese voirs(eyde) segslude haer
17 wtsprake en(de) segghe(n) eendrachtelic dat die voirs(eyde) ioncfrou
lijsbeth hoer leve (n) lanc soude des ghelijcs inde (n) ande (re) n,
legghe (n) den 11) erve (n) blive (n) sitten, Also
dat die voirs(eyde)
18 ioncfrou lijsb(et) hoer leve(n) lanc die voers(eyde) goe- de(n)
gheheel besitten soude. En(de) na haerre doot so soude een deel van
een stucke lants dat ghehete(n) is die mellem wed(er)
19 wt7) erve (n) , Daer of dat die segslude niet eens en ware(n) en(de)
dede(n) haer wtsprake als hier na volcht. Te wete(n) heynric vand(er)
steghe en(de) meest(er)pieter voirn(oemt) sceide(n) die erfn(amen)
|
20 van heynric van tetrode voirs(eyt) na hoir beste rede (n)
toe na ioncfrou lijsbette(n) doet die rechte helft vande(n)
voirs(eyden) mellem, En(de) Doene en(de) meest (er) willem voirnoe(m)t
21 dede(n) haer wtsprake dat die erfn(amen) van heynric van
tetrode na ioncfrou lijsbette (n) doot niet meer hebbe(n) en
soude(n) dan een derde (n) deel vande(n) voirs(eyden) mellem.
22 Ald(us) so hebbe(n) dese voirs(eyde) segslude i(n) al hore(n)
sake (n) eendrachtich gheweest, wtgheseit 12)
dat die twee vand(er) eenre side hoer wtsprake ghedae(n) hebbe(n)
opter helft
23 vand(er) voirs(eyden) mellem en(de) die and(er) twee op
een derde(n)deel, en(de) hebbe(n) dat ghedraghe(n) an ons als
overman13) dat te willen na onsen goetduncke(n) te sceide(n)
. En (de) want 14)
24 wi dese sake om bede wil van beide de(n) p(ar)tijen voir-
s(eyt) en(de) anders va(n) onsen vriende(n) an ghenome(n) hebbe(n)
te sceide(n) , So hebbe(n) wi van desen sake (n) ons eens deels
on-
25 dervraecht, wien wi vande(n) voirs(eyden) segsluden nad(er)
bester rede (n) best soude(n) moghe(n) volghe(n) .En(de) na
dat wi bevonde(n) hebbe(n) , so is onse wtsprake en(de) blive(n)
voir i (n) 15) bi
|
26 tghene dat die voirs(eyde) segslude eendrachtelic ghedae(n) hebbe(n)
vand(er) mellem. so is onse segghe(n) 16) dat die
voirs(eyde) erf (namen) van heynric va(n) tetrode na ioncfrou lijsbette(n)
27 doot hebbe(n) sullen die rechte drie deel 17)
vand(er) eenre helft vande(er)mellem voirs(eyt) .En(de) also dit stucke
lants dat gheheten is die mellem goet is datme(n) vand(er) graef-
28 licheit i(n) een erfpacht hout, Daer of is onse segghe(n) , dat
na ioncfrou lijsbetten doot die voirs(eyde) erfnamen an beide (n) side(n)
binnens iaers malcand(er) sullen vesti-
29 ghen tot plaetsen daer dat behoort en(de) van node is 18),
elc van so veel als hi van onse voirs(eyde) segghe(n) gherecht is. Item
want 4) den voirs (eyden) segslude (n) lange
30 seer onledich gheweest hebbe(n) en(de) veel daghe(n) verga- dert
gheweest om dese sceidinghe te doen, so dat voir en(de) na daer op verteert
is mitte(n) vrien-
31 den van beiden siden, als dat biden segsluden gherekent is, die
sum(m)a van sesendetwintich gwilhelm(us) scilden en(de) vijftien stuvers,
Daer van is onse seg-
32 ghen dat ioncfrou lijsbeth voirs(eyt) die voirn(oemde)
sum(m)a betalen sal twisken dit en(de) sinte martijns dac naest comende
19), wa(n)t si int besit vande(n) helen goede
33 blijft. Dit segghe(n) 16) hebbe(n) wi ald(us) en(de) ind(er) manier
voirs(eyt) wtghesproke(n) en(de) gheseit te houde(n) I elc punt bisonder,
opten pene bove(n)ghenoemt. Des
34 toorconde 20) so hebbe(n) wi onsen zeghel hier
ond(er) a ghehanghe(n) .En(de) deser brieven siin twee alleens 21),
dae elke partye een of ghegheve(n) is. Ghedaen int
35 iaer voirscr(even) , opten seven en(de) twintichsten dach i octobri
22) .
Noten
1) 21-10-1450.
2) verlijken, verliken = tot een vergelijk brengen.
3) Friese naam, waarvan de afleiding onbekend is.
4) ter beslechting overlaten.
5)
indien .
6) dat beide zijden zich op straffe van 200 Engelse
nobels (een muntsoort) aan onze uitspraak zouden houden.
7) wt uut, ook in de samenstellingen in deze tekst.
In regel 19 is "wt erven" zonder nadere gegevens niet goed te begrijpen;
uuterven wordt gezegd van goederen die vererven aan iemand buiten een
klooster of een stad.
8) ambtsgebied.
9) overgedragen.
10) bedenktermijn.
11) onroerend
.
12) uitgezonderd.
13) opperscheidsman, die in laatste instantie de
geschilpun- ten afdoet waar de gewone arbiters niet uitkomen.
14) omdat.
15) onduidelijk; betekenis vermoedelijk: allereerst.
16) uit spraak.
17) driekwart .
18) elkaars rechten op het bezit voor de bevoegde
autorteit zullen bevestigen.
19) tussen nu en 11 november aanstaande.
20) Des t'oorconde: Tot bewijs hiervan.
21) van deze oorkonde bestaan twee gelijke exemplaren.
22) 27 oktober 1450.
De oorkonde is vertaald door een medewerker van het gemeentearchief in Arnhem
op verzoek van de eigenaren van de oorkonde, Wouter Tetrode en Margreet
van der Vliet
Zie ook:
Genealogie
van Hughe van Tetrode
Lakzegel van Hughe
uit 1463